Het lichaam functioneert alleen optimaal als alle onderdelen goed genoeg kunnen bewegen. Als er een gewricht is dat niet goed meedoet zal het lichaam een weg zoeken om deze minder te belasten of te ontwijken. Dit gebeurt door middel van uitwijkhoudingen. Een uitwijkhouding is een aangepast bewegingspatroon tijdens alledaagse dingen als lopen, fietsen, sporten en werken.

Het nadeel is dat een uitwijkhouding niet alleen in dat ene gewricht aanwezig is, maar het hele lichaam doet eraan mee. Het gaat helemaal vanzelf en dit heb je vaak niet in de gaten. Een uitwijkhouding zorgt er voor dat je lichaam niet meer symmetrisch belast wordt.
Pogingen om de uitwijkhouding te corrigeren of terug te dringen zonder de oorzaak van de uitwijkhouding aan te pakken, hebben vaak niet het gewenste effect. Het lichaam had immers de uitwijkhouding aangenomen om het oorspronkelijke probleem tegen te gaan.

Omdat het lichaam een uitwijkhouding moet kiezen, zullen klachten op andere plaatsen ontstaan.

Voorbeelden van veel voorkomende uitwijkhoudingen zijn:

  • Scheefstand van het hoofd
  • Een schouder staat hoger of lager dan de andere
  • Een of meer bochten in de rug, hoog en/of laag, ook wel scoliotische houding genoemd
  • Een extra holle, ronde of te rechte rug
  • Scheefstand van het bekken
  • Naar binnen of naar buiten draaiing van heupen of knieën
  • Naar binnen zakken van de enkels en voeten

In de afbeelding worden de meest voorkomende uitwijkhoudingen aangegeven.

Voorbeeld aan de hand van de afbeelding: Het is belangrijk te kijken naar de onderlinge verbanden tussen de gewrichten. Zo kan een scheefstand van de enkel (11) leiden tot standsveranderingen van knie, heup, bekken en wervelkolom. Hierdoor wordt indirect de schoudermobiliteit beïnvloed en kunnen daar overbelastingsklachten ontstaan. Wanneer in dit geval alleen de schouder wordt behandeld zullen klachten niet weg blijven.

uitwijkhoudingen